Wat is een hub?
Een hub is een plek waar de reiziger kan opstappen op minstens één vervoersmiddel of kan overstappen van het ene op het andere vervoersmiddel. Er zijn grote en kleine hubs. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid verschillende soorten vervoer die je er kunt kiezen en welke voorzieningen er zijn.
Welke soorten hubs zijn er dan?
Grofweg zijn er drie soorten: deelmobiliteitshubs, opstappunten voor de flextaxi en grotere mobiliteitshubs. Sommige hubs combineren meerdere functies. Zo kan een hub bestaan uit een bushalte voor vast vervoer en een opstapplek voor flexibel vervoer zoals de flextaxi of deelfietsen.
- Deelmobiliteitshubs
Op sommige hubs is er alleen deelvervoer beschikbaar, dat zijn deelmobiliteitshubs. Deze hubs zijn nu al te vinden bij verschillende scholen en de stations in Vlissingen, Middelburg en Goes. Hier kunnen scholieren deelfietsen gebruiken om de laatste kilometers af te leggen naar school.
- Opstappunten
Er zijn ook hubs waar alleen een flextaxi stopt. Dat zijn dus opstappunten voor de flextaxi. Binnen de bebouwde kom is er straks altijd zo’n hub op loopafstand (maximaal 500 meter). Buiten de bebouwde kom hoeft een reiziger nooit verder dan 2,5 kilometer te reizen naar een hub.
- Grotere mobiliteitshubs
En dan zijn er nog de grotere mobiliteitshubs. Dit zijn grote hubs op centrale locaties waar vast en flexibel vervoer bij elkaar komt. Op deze hubs kunnen reizigers dus overstappen. Afhankelijk van de locatie en grootte van de hub kunnen ze hier hun eigen fiets stallen, hun auto parkeren, carpoolen, deelvervoer nemen of overstappen van de bus naar de trein. Omdat reizigers hier soms even moeten wachten, zijn er verschillende voorzieningen aanwezig zoals overdekte ruimten om te wachten.
Hoe zijn hubs te herkennen?
In heel Nederland zien hubs er hetzelfde uit: te herkennen aan een groen druppelvormig bord met het woord ‘hub’ erop. In de Kop van Schouwen en in de steden Middelburg, Goes en Vlissingen zijn deze borden al geplaatst. Hier worden namelijk sinds dit jaar al nieuwe vormen van publiek vervoer getest, zoals de flextaxi en deelvervoer. De hubborden zijn ontwikkeld in opdracht van de Provincie Zeeland, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam en Utrecht.
Waar komen de hubs?
In de Regionale Mobiliteitsstrategie is afgesproken dat er voor iedereen die in de bebouwde kom woont een hub in de buurt is waar in elk geval de flextaxi stopt. De gemeenten bepalen de locaties. Voor alle reizigers door Zeeland geldt dat er binnen 2,5 kilometer een hub te vinden is, en in de bebouwde kom zelfs binnen 500 meter.
Grotere mobiliteitshubs zijn vaak een upgrade van bestaande trein- en busstations, zoals in Middelburg, Vlissingen, Goes, Kruiningen-Yerseke, Terneuzen en Breskens. Er worden ook compleet nieuwe hubs aangelegd, zoals in Heinkenszand in de oksel van de afslag van de A58.
Wanneer worden de hubs gerealiseerd?
De gemeenten en de Provincie werken hard om voor 2025 minimaal twaalf grotere hubs te realiseren. De nieuwe hub bij Heinkenszand zit op dit moment bijvoorbeeld in de ontwerpfase en voor het upgraden van station Kruiningen-Yerseke heeft de Provincie recent een subsidie toegekend. Ook worden er in 2024 overal in Zeeland opstapplaatsen voor de flextaxi aangelegd. Schouwen-Duiveland realiseert deze begin 2024 voor het publiek vervoer startproject.